door John Lichfield
De nieuwe vertrouwenscrisis verdeelt Europa in twee kampen: dat van degenen die het federalistische project een nieuwe impuls willen geven, en dat van de aanhangers van een meer Britse, losse vorm van lidmaatschap. Het is moeilijk te zeggen welke oplossing de beste is. Fragmenten.
Luister eens naar de mening (enigszins vereenvoudigd en samengevat) van een doorgewinterd Europees staatsman. "De Europese Unie is dood maar lang leve Europa. Er zal nooit meer een EU-verdrag worden opgesteld. De 'hervormings'-overeenkomst die drie jaar geleden in Lissabon werd ondertekend vormde het hoogtepunt van de oude federale droom." Dit (zo gaat hij verder) is een kans, en geen mislukking: "Als we de federale mythe kunnen begraven kunnen we een slanker, maar krachtiger Europees project op poten zetten, dat gedragen wordt door de landen zelf in plaats van door Brussel. Op die manier creëren we een veel sterkere en praktischere Europese macht – een 'puissance Europe' waarmee de Europese manier van leven beschermd wordt tegen de aanvallen van een troosteloze 21ste eeuw."
Wie horen we hier? De frase "puissance Europe" verraadt het al. De doorgewinterde Europese staatsman is niet Brits, zelfs al komen zijn ideeën dicht in de buurt van die van de Britse regeringen van de afgelopen vijftig jaar. Het is een Fransman: Hubert Védrine, 63 jaar en Frans minister van Buitenlandse Zaken tussen 1997-2002 en secretaris-generaal (oftewel rechterhand) van het zeer Europees getinte presidentschap van François Mitterrand van 1991 tot 1995. Védrine brengt hier niet alleen zijn eigen mening mee naar voren maar geeft uitdrukking aan wat hij als nieuwe politieke realiteit in Europa ziet. En als een nieuw realisme.








